HR 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2239

Cassatie OM en verdachte. Overtreding tijdelijk huisverbod. Bekennende verdachte? Art. 359.3 Sv, art. 1.b en 11 Wet tijdelijk huisverbod. De tll. is toegesneden op art. 11 Wet tijdelijk huisverbod, daarom moeten de in de tll. en bewezenverklaring voorkomende woorden “in strijd met dat huisverbod” worden geacht te zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in die bepaling. In aanmerking genomen dat de in deze bepaling strafbaar gestelde gedragingen een misdrijf opleveren, moet worden aangenomen dat het handelen i.s.m. een huisverbod als daar bedoeld slechts strafbaar is indien het opzet van de uithuisgeplaatste - al dan niet in voorwaardelijke vorm - is gericht op het betreden en het zich in de nabijheid bevinden van de woning ten aanzien waarvan hem een huisverbod was opgelegd. De verklaring van verdachte houdt niet in dat hij heeft erkend dat hij met voormeld opzet heeft gehandeld. Gelet hierop is ’s Hofs kennelijke oordeel dat verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend i.d.z.v. art. 359.3 Sv niet z.m. begrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen