HR 2 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:173

OM-cassatie. Beklag. Beslag i.v.m. vermoeden onregelmatigheden aanleg geluidswal. Art. 94a Sv. Het toetsingskader voor de beoordeling van een klaagschrift als i.c. brengt mee dat, in geval van verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, het klaagschrift (afgezien van het antwoord op de vraag van proportionaliteit en subsidiariteit) enkel gegrond mag worden verklaard indien zich het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan klager (verdachte) een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel van een geldbedrag ter ontneming van w.v.v. zal opleggen. De Rb heeft het klaagschrift gegrond verklaard en daartoe overwogen dat “niet zonder meer gezegd kan worden dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechter later oordelend een geldboete dan wel een bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen”. Aldus heeft de Rb, die weliswaar het juiste toetsingskader heeft vooropgesteld, de beoordelingsmaatstaf niet juist toegepast en als gevolg daarvan is zij niet toegekomen aan de vraag of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken