HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1394

Klimop-zaak. Redelijke termijn. Art. 6 EVRM. ’s Hofs oordeel dat “de duur van de strafprocedure in eerste aanleg en hoger beroep onwenselijk, maar niet onredelijk” is, is niet onbegrijpelijk en behoefde geen andere motivering. De omstandigheid dat in e.a. de behandeling van de zaak in aanzienlijke mate is vertraagd door de niet aan verdachte toe te rekenen omstandigheid dat de Rb is gewraakt, leidt niet tot een ander oordeel. De HR neemt daarbij in aanmerking dat het Hof heeft vastgesteld dat de zaak een complex karakter heeft, mede vanwege “de tijd die de behandeling van verdachtes zaak ter terechtzitting als gevolg van de gelijktijdige berechting van diverse in dit megaproces terechtstaande verdachten, in beslag heeft genomen”.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken