HR 21 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1237

Bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van gestelde bijz. voorwaarden en reclasseringstoezicht. Art. 14c, 14d, 14e.1 Sr. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:537, i.h.b. dat de rechter in de motivering van zijn bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid ervan blijk dient te geven zich ervan te hebben vergewist dat aan de in art. 14e Sr gestelde voorwaarden is voldaan. Meer i.h.b. zal hij in een uitspraak waarin t.l.v. verdachte een misdrijf is bewezenverklaard dat is gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, als zijn oordeel tot uitdrukking dienen te brengen dat en waarom ernstig rekening ermee moet worden gehouden dat verdachte wederom zo een misdrijf zal begaan. I.c. heeft het Hof dadelijke uitvoerbaarheid bevolen “nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of een gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen”, maar dat oordeel in zijn strafmotivering ontoereikend gemotiveerd. HR doet zaak zelf af en vernietigt bevel. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken