HR 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:12
Afwijzing verzoek horen getuige. ’s Hofs oordeel dat het verzoek tot het horen van de aangeefster als getuige moet worden afgewezen op de grond dat “de getuige twee keer eerder is gehoord ten overstaan van een rechter” en “dat er niets nieuws is opgeworpen ten opzichte van de eerdere keer dat het verzoek is gedaan”, is niet zonder meer begrijpelijk. Daarbij heeft de HR in aanmerking genomen dat: (i) de aangeefster - als getuige gehoord door de R-C en ttz. in e.a. van de PR - haar bij de politie afgelegde verklaring heeft ingetrokken; (ii) de PR verdachte vervolgens heeft vrijgesproken van het hem tlgl; (iii) het verzoek van de raadsman van verdachte aan het Hof tot het oproepen van de aangeefster onmiskenbaar ertoe strekte haar verklaringen op betrouwbaarheid te toetsen; (iv) de A-G bij het Hof het horen van de aangeefster noodzakelijk achtte met het oog op de vorming van de overtuiging; (v) het Hof verdachte tot straf heeft veroordeeld op grond van een bewezenverklaring die in belangrijke mate steunt op de - ingetrokken - aangifte van aangeefster.
De uitspraak op rechtspraak.nl