HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1113

In het ongerede geraakte akte van uitreiking van de appeldagvaarding. De in de art. 585-589 Sv neergelegde regeling met betrekking tot de betekening van gerechtelijke mededelingen in strafzaken – waaronder dagvaardingen en oproepingen – strekt ertoe te verzekeren dat degene voor wie een dergelijke gerechtelijke mededeling is bestemd – in de regel de verdachte – daarvan zo enigszins mogelijk op de hoogte komt. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het Hof heeft overwogen dat het geen reden heeft om aan te nemen dat de door verdachte ondertekende afstandsverklaring geen authentiek document van de gevangenis in Gent betreft en evenmin redenen heeft om aan te nemen dat verdachte niet welbewust afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, terwijl blijkens de mededeling van de raadsman ter terechtzitting van het Hof de verdachte op de hoogte was van die terechtzitting, is het belang van verdachte bij de enkele klacht dat de bij de appeldagvaarding behorende akte van uitreiking in het ongerede is geraakt, niet evident. De HR verklaart het beroep met toepassing van art. 80a RO n-o. Conclusie AG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen