HR 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:105

Herroeping en bijzondere voorwaarde voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.). 1. Het recht kent niet de eis dat een schriftelijke vordering tot herroeping van de v.i. onverwijld aan de verdachte wordt betekend. Ingevolge art. 15i.2 Sr dient de vordering onverwijld door het OM bij de Rb te worden ingediend. O.g.v. art. 15i.6 Sr wordt de verdachte vervolgens opgeroepen tot bijwoning van de zitting onder betekening aan hem van die vordering. 2. Aan een voorwaardelijke invrijheidstelling kan niet als bijzondere voorwaarde ex art.15a Sr het verrichten van een taakstraf worden gesteld. Het hof kan niet het OM ex art. 15j.1 Sr adviseren het verrichten van een taakstraf als bijzondere voorwaarde aan de voorwaardelijke invrijheidstelling te verbinden. 3. Het middel, dat klaagt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de art. 15g en 15j Sr de rechter niet de bevoegdheid geven in geval van herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling het alsnog ten uitvoer te leggen gedeelte van de vrijheidsstraf om te zetten in een taakstraf, keert zich tegen een overweging waarop de bestreden beslissing niet steunt en kan daarom niet tot cassatie leiden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken