HR 31 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:1022

Beklag, beslag ex. art. 94a Sv. Gegronde klacht. De ongegrondverklaring van het beklag berust onder meer op het oordeel van de Rb dat de klager door het hof "is veroordeeld wegens overtreding van artikel 3 onder B juncto artikel 11, vijfde lid, van de Opiumwet, zijnde een feit waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd". Daartoe heeft de Rb overwogen dat zij de omstandigheden dat "het gerechtshof in de bewezenverklaring 'een grote hoeveelheid' heeft uitgestreept (...) en in de kwalificatie niet de zinsnede 'terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel' heeft opgenomen (...)" beschouwt "als een kennelijke misslag, nu uit de gebezigde bewijsmiddelen en de strafmotivering expliciet blijkt dat het gerechtshof klager heeft veroordeeld wegens het meermalen vervoeren van hoeveelheden van meer dan 500 gram hennep". Het oordeel dat die misslag in dit geval evident is, is, gelet op de door de Rb in de bestreden beschikking weergegeven (gedeelten van de) bewezenverklaring en de daarop betrekking hebbende kwalificatie, niet begrijpelijk ook niet als daarbij de door de Rb in aanmerking genomen bewijsmiddelen en strafmotivering worden betrokken. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen