HR 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:101
Omzetting jeugddetentie in gevangenisstraf. De klacht dat het Hof ingevolge art. 77k Sr niet bevoegd was reeds bij zijn last tot tenuitvoerlegging te bepalen dat de jeugddetentie als gevangenisstraf wordt tenuitvoergelegd, miskent dat, gelet op de wetsgeschiedenis, sedert de i.w.tr. van art. 77dd.3 Sr op 1 februari 2008 een vordering i.d.z.v. art. 77k Sr niet meer is vereist voor de omzetting van jeugddetentie in gevangenisstraf indien het gaat om de tenuitvoerlegging van voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie. Zo een vordering is sedertdien alleen nog vereist voor de omzetting van onvoorwaardelijk opgelegde jeugddetentie. Het Hof was niet gehouden zijn beslissing dat de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie wordt tenuitvoergelegd als gevangenisstraf breder te motiveren, in aanmerking genomen dat uit niets blijkt dat bij de behandeling van de zaak in h.b. is aangevoerd dat de verdachte, ondanks het bereiken van de leeftijd van 18 jaren, in aanmerking komt voor jeugddetentie. A-G: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl