HR 14 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:938

1. Afwijzing getuigenverzoek, art. 288.1.ahf.a jo. art. 287.3.ahf.b Sv. 2. Afwijzing (voorwaardelijk) getuigenverzoek, art. 315 jo. 328 Sv. Ad 1. Het Hof heeft ttz. van 4 juni 2013 afgezien van de (hernieuwde) oproeping van X als getuige op de grond dat - gelet op een medische verklaring - onaannemelijk is dat zij binnen een aanvaardbare termijn ttz. van het Hof dan wel bij de daartoe benoemde Rh-C te Arnhem zou kunnen verschijnen. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk. In dit oordeel ligt besloten dat het Hof geen grond aanwezig heeft bevonden om de getuige door het Hof dan wel de Rh-C elders te (doen) horen dan in het gerechtsgebouw te Arnhem. Ook dit oordeel is niet onbegrijpelijk. Voor verdere toetsing is in cassatie geen plaats. De enkele omstandigheid dat de raadsman van vd desgevraagd namens vd heeft geweigerd de kosten van het vervoer van de getuige naar Arnhem voor rekening van vd te nemen en dat hij heeft voorgesteld haar te doen horen in het voormalige kantongerecht dan wel het politiebureau van haar woonplaats Amersfoort, doet daaraan niets af. Daarbij verdient opmerking dat de vergoeding van de kosten van de door of namens vd opgegeven getuigen - de kosten van een bijzonder middel van vervoer daaronder begrepen - ingevolge art. 1.1.a en art. 1.3 alsmede art. 7.1 Wet tarieven in strafzaken ten laste van de vd komen, zij het dat voor deze kosten nadien o.d.v.v. art. 591 Sv een vergoeding kan worden toegekend v.zv. de aanwending van die kosten het belang van het onderzoek heeft gediend. V.zv. het middel hierover klaagt, is het tevergeefs voorgesteld. Het middel is eveneens ongegrond v.zv. het opkomt tegen de afwijzing van het verzoek door het Hof in het eindarrest. Gelet op hetgeen door de raadsman ttz. van 13 augustus 2013 is aangevoerd, is het oordeel van het Hof dat het (herhaalde) verzoek onvoldoende is onderbouwd niet onbegrijpelijk. Voor verdere toetsing is in cassatie geen plaats. Ad 2. Het (voorwaardelijk) verzoek tot het horen van Y als getuige is een verzoek als bedoeld in art. 315 jo. art. 328 Sv, zodat een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Noch de processen-verbaal van de terechtzittingen in h.b. noch het bestreden arrest houdt een beslissing in op dit verzoek. Dat verzuim heeft ingevolge art. 330 jo. art. 415 Sv nietigheid tot gevolg.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen