HR 31 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:772

Afwijzing van een ttz. in h.b. gedaan verzoek tot het horen van een getuige. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit het overzichtsarrest ECLI:NL:HR:2014:1496 inzake het oproepen en horen van getuigen t.tz. op verzoek van de verdediging in strafzaken. Het verzoek van de verdediging strekt ertoe de moeder van de medeverdachte te (doen) horen als getuige, naar aanleiding van een eerdere verklaring van die medeverdachte dat het in de bewezenverklaring bedoelde geldbedrag van diens moeder afkomstig is. Het Hof heeft het verzoek afgewezen op de enkele grond dat "er gelegenheid was om het verzoek (geruime tijd) voor de zitting te doen" zodat "aan het belang van een voortvarende afhandeling het meeste gewicht moet worden toegekend". Aldus heeft het Hof zijn beslissing niet toereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat de verdediging ook in e.a. heeft verzocht deze getuige te doen horen, dat verdachte in e.a. is vrijgesproken en dat uit de stukken van het geding niet blijkt welke concrete andere belangen dan het belang van een voortvarende afhandeling het Hof in zijn beoordeling heeft betrokken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken