HR 10 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:545

Beklag. Vordering ex. Art. 552f Sv jo. art. 36b Sr. Verzet tegen o.a.h.v. van een omgekatte bromfiets die onder derde in beslag is genomen. Uit art. 2.1 Regeling voertuigen jo. art. 5.5 en art. 12 van de tweede paragraaf van hoofdstuk I van Bijlage I volgt dat in geval het oorspronkelijke, door de voertuigfabrikant aan het voertuig toegekende identificatienummer niet kan worden vastgesteld, aan dit voertuig geen identificatienummer zal worden toegekend door de Dienst Wegverkeer. Aan de vordering tot o.a.h.v. ligt ten grondslag dat het gezien de uitkomsten van het ingestelde technisch onderzoek naar de bromfiets naar alle waarschijnlijkheid niet mogelijk is het oorspronkelijke identificatienummer van de inbeslaggenomen bromfiets vast te stellen. Aangezien uit het p-v van de behandeling in raadkamer niet blijkt dat deze stelling door of namens de belanghebbende is bestreden, moet het ervoor worden gehouden dat het verweer en het middel steunen op de opvatting dat in het geval dat het oorspronkelijke identificatienummer niet meer kan worden vastgesteld, zoals bij een ‘omgekatte’ bromfiets als de onderhavige, de toekenning van een nieuw identificatienummer mogelijk is. Die opvatting is onjuist. Het oordeel van de Rb. dat het ongecontroleerde bezit van de bromfiets in strijd is met het algemeen belang, is niet onbegrijpelijk en, ook in het licht van hetgeen door en namens belanghebbende is aangevoerd, toereikend gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen