HR 13 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:48

Moord, voorbedachte raad. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:963, NJ 2014/156. Het Hof heeft bij zijn oordeel dat vd met voorbedachte raad heeft gehandeld blijkens zijn bewijsvoering betekenis toegekend aan de gewelddadige voorgeschiedenis van recente aard tussen vd en X, in welk verband het Hof o.m. heeft vastgesteld dat vd heeft gedreigd X van het leven te beroven. Het Hof heeft mede daarom gesproken over een “tevoren beraamde” aanslag. Voorts heeft het Hof betekenis toegekend aan het ontbreken van aanwijzingen voor de mogelijkheid dat het handelen van vd het gevolg is geweest van enige ogenblikkelijke gemoedsopwelling en aan de tijd en gelegenheid die vd heeft gehad om na te denken over zijn voorgenomen daad en de mogelijke gevolgen daarvan toen hij gedurende enige tijd achter een pilaar heeft staan wachten. Aldus heeft het Hof zijn oordeel dat vd zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling toereikend gemotiveerd. De voor het bewijs gebezigde getuigenverklaringen, inhoudende dat er iets is gebeurd waardoor vd boos werd resp. vd is gezien voordat hij zijn aanval inzette, zijn met dat oordeel niet onverenigbaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken