HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3692
Economische zaak. 1. Falende klacht dat de tlgd overtreding van art. 10.2 (oud) Arbowet is verjaard. 2. In aanmerking genomen het bepaalde in art. 1.19 lid 2 (oud) Arbobesluit en gelet op ’s Hofs vaststelling dat verdachte een werkgever is a.b.i. art. 10 (oud) Arbowet en dat zij haar werknemer arbeid heeft doen verrichten, bestaande uit het met een containerkraan op de kade van haar bedrijfsterrein laden van containers op een onder een vreemde vlag varend schip, is zijn oordeel dat art. 10 (oud) Arbowet van toepassing is in het onderhavige geval juist. 3. De aan de klacht ten grondslag liggende opvatting dat een werknemer van een andere werkgever dan die bedoeld in art. 10 Arbowet niet tot de categorie ‘andere personen’ van art. 10 Arbowet behoort, vindt geen steun in het recht. Voorts geeft ’s Hofs oordeel dat “de kade van het bedrijfsterrein van verdachte” kan worden aangemerkt als ‘een bedrijf en de omgeving daarvan’ a.b.i. art. 10 (oud) Arbowet niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl