HR 17 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:345
OM-cassatie. 1. Valsheid in geschrifte. Art. 225 Sr. 2. Opzet valselijk opmaken van een geschrift. Art. 225 Sr. Ad. 1. Het Hof heeft vastgesteld dat in de in de tll. bedoelde legal opinions is vermeld dat het verstrekken van garanties, resp. een garantie, t.b.v. derden niet specifiek in art. 25.6 van de Statuten van X N.V. is genoemd als een transactie die is onderworpen aan voorafgaande toestemming van de RvC, alsook dat deze vermelding gelet op onderdeel 1 van art. 25.6 van de Statuten onjuist is, welk onderdeel in de opinions niet is opgenomen. Dat oordeel is, in aanmerking genomen de inhoud van de desbetreffende stukken, niet onbegrijpelijk. In het licht van die vaststellingen en in aanmerking genomen dat het Hof heeft overwogen dat verdachte onderdeel 1 van art. 25.6 opzettelijk niet in de legal opinions heeft opgenomen, is ’s Hofs oordeel dat de tekst die in de legal opinions onder A en d is opgenomen niet als vals kan worden aangemerkt, nu in die opinions een passage is opgenomen waarin aandacht wordt gevraagd voor een mogelijk dispuut over de vraag of voorafgaande toestemming van de RvC is vereist, niet zonder meer begrijpelijk. Ad. 2. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte de in de tll. bedoelde certificates heeft opgesteld. Het Hof heeft zijn oordeel dat verdachte die certificates niet opzettelijk valselijk heeft opgemaakt gegrond op de vaststellingen dat deze documenten door Y zijn getekend en niet kan blijken dat Y over de inhoud van deze stukken opmerkingen heeft gemaakt tegenover verdachte. Deze omstandigheid sluit, anders dan het Hof kennelijk heeft geoordeeld, evenwel niet uit dat bij het opstellen van de bedoelde certificates sprake was van het in de tll. bedoelde opzet van verdachte. ’s Hofs oordeel is ontoereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl