HR 1 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3441
Verjaring. Ambtshalve beoordeling. Art. 70 en 72 Sr en art. 5, 6, 175, 176, 177 en 178 WVW 1994. Uit ECLI:NL:HR:2010:BK1998 vloeit voort dat voor de beantwoording van de vraag of het tlgd. feit is verjaard, de tll. moet worden beoordeeld naar de stand van het recht t.t.v. de beantwoording van die vraag en dus niet naar de stand van het recht t.t.v. het uitbrengen van de dagvaarding. Nu het Hof verdachte heeft vrijgesproken van het roekeloze rijgedrag en het beroep kennelijk niet tegen deze vrijspraak is gericht, staat dat onderdeel van de tll. niet ter toetsing in cassatie. E.e.a. brengt i.c. mee dat m.b.t alle tlgd. feiten, voor zover die aan het oordeel van de HR zijn onderworpen, het recht tot strafvordering wegens verjaring is vervallen. HR verklaart, met vernietiging van de bestreden uitspraak, de OvJ alsnog n-o in de vervolging.
De uitspraak op rechtspraak.nl