HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3368

1. Verduistering. Wederrechtelijk toeëigenen, persoonlijke dienstbetrekking. 2. Grondslagverlating tul. Ad 1. ’s Hofs oordeel dat verdachte opzettelijk wederrechtelijk zich de tas met cd’s heeft toegeëigend door daarover zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester te gaan beschikken, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Van een persoonlijke dienstbetrekking a.b.i. art. 322 Sr is sprake indien iemand werkzaam is in ondergeschiktheid. Of daarvan sprake is hangt af van de omstandigheden van het geval. ’s Hofs oordeel dat tussen verdachte en Kringloopcentrum X een persoonlijke dienstbetrekking bestond, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ad 2. De vordering tul van de aan verdachte onder parketnr. A opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf is blijkens de stukken gegrond op het feit tlgd. in de zaak met parketnr. B. Niet is gebleken dat de AG bij de behandeling van de zaak in h.b. de grondslag van de vordering tul aldus heeft gewijzigd dat zij erop is komen te berusten dat verdachte zich vóór het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de strafbare feiten tlgd. in zaak C. Door te oordelen dat de tul dient te worden gelast, nu is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de onder parketnr. C bewezenverklaarde feiten, heeft het Hof de grondslag van de vordering verlaten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen