HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3249
Vordering wijziging tll. Art. 313 Sv. Art. 257f.3 Sv. Art. 68 Sr. ’s Hofs oordeel geeft – gelet op de relevante bepalingen en wetsgeschiedenis – niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat een op de voet van art. 257f.3 Sv jo. 313 Sv voorgestelde wijziging tll. in een zaak waarin aanvankelijk een strafbeschikking is uitgevaardigd, beperkt dient te blijven tot wijzigingen van ondergeschikte aard dan wel redactionele aard, vindt geen steun in het recht, nu ook in dat verband immers bepalend is of de grenzen van art. 68 Sr in acht zijn genomen. Middelen voor het overige: art. 81.1 RO.
De uitspraak op rechtspraak.nl