HR 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3065
1. Art. 359 leden 3 en 8 Sv. 2. Oordeel m.b.t. redelijke termijn. Ad 1. Het bestreden arrest voldoet wat betreft feit 12 niet aan het vereiste van art. 359 leden 3 en 8 Sv. HR spreekt om doelmatigheidsredenen de verdachte ter zake van dit feit vrij. Daardoor wordt de aard en ernst van al hetgeen voor het overige ten laste van de verdachte is bewezenverklaard niet aangetast, zodat vernietiging van de uitspraak ter zake van de strafoplegging op deze grond achterwege kan blijven. Ad 2. ’s Hofs oordeel dat geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn in h.b. doordat de vertraging in de behandeling van het h.b. deels is ingegeven door verzoeken van de verdediging is niet zonder meer begrijpelijk. HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en vermindert de door het Hof opgelegde gevangenisstraf.
De uitspraak op rechtspraak.nl