HR 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3051

Profijtontneming. In de met deze ontnemingsprocedure verband houdende strafzaak had het Hof in zijn arrest bewezenverklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan - kort gezegd - het verwerven en voorhanden hebben van geldbedragen terwijl hij wist dat deze van misdrijf afkomstig waren, welk feit is gekwalificeerd als ‘van het plegen van witwassen een gewoonte maken’. Bij zijn arrest van heden heeft de HR het arrest van het Hof vernietigd en de zaak teruggewezen naar het Hof teneinde de zaak opnieuw te berechten en af te doen. Het Hof heeft geoordeeld dat betrokkene uit “het bewezenverklaarde handelen en uit andere strafbare feiten” wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Het Hof heeft het verkregen wederrechtelijk voordeel geschat op (het aan betrokkene toegerekende deel van) de winst. Aan ’s Hofs oordeel ligt kennelijk de opvatting ten grondslag dat de (volledige) winst als voorwerp van (gewoonte)witwassen reeds daardoor w.v.v. vormt. Die opvatting is niet juist. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, is niet begrijpelijk dat betrokkene uit het in de strafzaak bewezenverklaarde ‘gewoontewitwassen’ het door het Hof geschatte bedrag daadwerkelijk aan wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. V.zv. het Hof mocht hebben geoordeeld dat betrokkene daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit andere strafbare feiten dan het bewezenverklaarde feit, is dat oordeel eveneens ontoereikend gemotiveerd (vgl. ECLI:NL:HR:2013:BY5217). Conclusie AG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken