HR 22 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2753

Ontvankelijkheid verdachte in h.b. Het Hof heeft geoordeeld dat verdachte te laat h.b. heeft ingesteld aangezien “uit het dossier geen aanwijzingen naar voren zijn gekomen waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de brief van verdachte, waaraan de machtiging tot het opmaken van een akte h.b. is ontleend, eerder dan op 9 oktober 2012 bij het OM is binnengekomen”. Dit oordeel is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Gelet op de inhoud van de weergegeven stukken, i.h.b. op de vermelde stempelafdruk, rijst immers het ernstige vermoeden dat de brief reeds op 26 september 2012 bij het Arrondissementsparket is ingekomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen