HR 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:136

Dagvaarding h.b. Verstek. Art. 260.5 Sv. Vertaling appeldagvaarding. Vooropgesteld moet worden dat ingeval de verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst en niet blijkt dat aan de vereisten van art. 260, vijfde lid, Sv is voldaan, dit grond kan vormen voor schorsing van het onderzoek ter terechtzitting teneinde daaraan alsnog te voldoen. Gelet op de nationaliteit van verdachte en de oproeping van een tolk in de Roemeense taal voor de tz. in h.b., rijst het ernstige vermoeden dat verdachte de Nederlandse taal niet (voldoende) beheerst. Uit de op de voet van art. 434.1, Sv aan de HR toegezonden stukken kan niet blijken dat een schriftelijke vertaling van (de essentie van) de appeldagvaarding in de Roemeense of een andere voor verdachte begrijpelijke taal aan hem is verstrekt. Daarom had het Hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was het onderzoek ttz. te schorsen teneinde dit verzuim te herstellen en aldus de verdachte in h.b. in de gelegenheid te stellen "zijn verdediging te kunnen voorbereiden en zijn proceshouding te kunnen bepalen". Van een zodanig onderzoek blijkt niet. Dat verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ttz. in h.b. en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen