HR 26 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1336

Oplichting, art. 326.1 Sr. Valse hoedanigheid? Het middel faalt voor zover het klaagt dat het Hof heeft miskend dat de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide verkoper die in staat en voornemens is de bij hem gekochte en aan hem vooruitbetaalde goederen te leveren, niet oplevert het aannemen van een valse hoedanigheid i.d.z.v. art. 326 Sr. Het Hof heeft immers o.m. vastgesteld dat verdachte zich, bij het op internet aanbieden van elektronische apparatuur en evenemententickets, het vragen van betaling daarvoor en het niet leveren daarvan, heeft bediend van professioneel ogende websites waarop een veelheid aan producten werd aangeboden zonder dat verdachte de mogelijkheid en de intentie had die producten daadwerkelijk te leveren, waarbij verdachte de namen van die websites dusdanig heeft gekozen dat deze de associatie opriepen met bestaande betrouwbare websites. Gelet hierop geeft het oordeel van het Hof dat de gedragingen van verdachte zijn aan te merken als het aannemen van een valse hoedanigheid i.d.z.v. art. 326 Sr niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen