HR 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:955
Artt. 509a, c, d en 495a Sv. Ex art. 509d Sv kan de rechter, indien de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen, een bevel tot medebrenging van verdachte a.b.i. art. 495.2 Sv achterwege laten indien de persoonlijke verschijning van verdachte “noch noodzakelijk noch gewenst is”. Het Hof heeft geoordeeld dat o.g.v. de door het Hof genoemde bijzondere omstandigheden een bevel tot medebrenging van verdachte achterwege moet worden gelaten. Aldus heeft het Hof niet het juiste criterium toegepast.
De uitspraak op rechtspraak.nl