HR 15 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:919
Betekening appeldagvaarding. Art. 588.1 aanhef en onder b sub 2 Sv. HR herhaalt de relevante overweging (rov. 3.24 sub b) uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163. Het oordeel van het Hof dat het namens verdachte bij het instellen van h.b. opgegeven adres diende te worden aangemerkt als het uit de stukken blijkend adres dat redelijkerwijs als feitelijke woon-of verblijfplaats van verdachte zou kunnen gelden, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl