HR 15 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:917
Toewijzing vordering b.p. aan erfgenaam. Ook indien degene die zich op de voet van art. 51f.1 Sv als b.p. in het strafgeding heeft gevoegd is overleden, dient de rechter o.g.v. art. 361.4 Sv te beslissen op diens vordering. I.c. duurde de voeging van de overleden b.p. in h.b. voort, zodat het Hof de vordering niet had mogen aanmerken als een vordering van haar erfgenaam en niet op die vordering had mogen beslissen. De HR doet wat het Hof had behoren te doen en wijst de aan de erfgenaam van de b.p. toegewezen vordering toe aan de overleden b.p.
De uitspraak op rechtspraak.nl