HR 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:861

Voeging b.p. Art. 421 en 51g Sv. De opvatting dat de in art. 421.3 Sv genoemde verwijzing naar de opgave van de eerste – ongewijzigde – vordering slechts kan geschieden d.m.v. het in art. 51g.1 Sv genoemde formulier vindt geen steun in het recht. V.zv. het middel opkomt tegen het kennelijk oordeel van het Hof dat de e-mail van aangeefsters naar redelijke uitleg kan worden aangemerkt als een in art. 421.3 Sv bedoelde verwijzing naar de eerste vordering, faalt het. Deze, aan het Hof voorbehouden, uitleg van dit schriftelijk stuk is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat de betekenis van de e-mail ttz. aan de orde is gesteld en de verdediging te dien aanzien geen redenen heeft aangevoerd waarom het e-mail bericht i.c. niet zou dienen te worden aangemerkt als een schriftelijk stuk ter voeging van de vordering in h.b.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen