HR 25 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:709

OM-cassatie. Wederspannigheid, art. 180 Sr. ‘s Hofs oordeel dat de opsporingsambtenaren niet verkeerden in de rechtmatige uitoefening van hun bediening omdat zij niet geacht kunnen worden met de aanhouding van verdachte “het belang op het oog te hebben gehad dat de voor het nemen van strafvorderlijke beslissingen vereiste waarheid aan de dag zou worden gebracht”, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het Hof heeft miskend dat aan de rechtmatigheid van de aanhouding – en dus aan de rechtmatigheid van de uitoefening van de bediening – niet in de weg staat dat het opsporingsonderzoek naar het op heterdaad ontdekte feit, achteraf bezien, onvolledig of gebrekkig is geweest, zodat een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit ook kan hebben bestaan indien bij nader onderzoek mocht blijken dat iemand het feit waarvan hij is verdachte niet heeft begaan of dat feit niet een volgens de wet strafbaar feit oplevert.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken