HR 18 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:650

Cassatie in het belang der wet. Uitleg art. 6.5 Overleveringswet (OLW). De voorwaarde van rechtsmacht is ten onrechte door de Rb buiten toepassing gelaten. De Rechtbank heeft de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen geweigerd en daartoe overwogen dat tussen Nederland en de uitvaardigende lidstaat niet een verdrag als bedoeld in art. 6.3 OLW van kracht is op grond waarvan Nederland de tenuitvoerlegging van het vonnis kan overnemen. Dat brengt mee dat - anders dan zou gelden wanneer de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit zou hebben - het niet mogelijk is de door de Poolse rechter aan de opgeëiste persoon opgelegde gevangenisstraf overeenkomstig art. 6.2 en 6.3 OLW in Nederland ten uitvoer te leggen. In samenhang met de omstandigheid dat in geval van niet-overlevering aan Polen de opgeëiste persoon niet alsnog in Nederland kan worden vervolgd voor het misdrijf waarvoor hij in Polen is veroordeeld, terwijl een Nederlander in zo een geval o.g.v. art. 5 Sr wel alsnog hier te lande vervolgd kan worden, bestaat reeds daarom in het onderhavige geval een redelijke en objectieve rechtvaardiging voor de door de Rb aangenomen ongelijke behandeling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen