HR 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:383

Tul vordering, art. 14g jo. 22d Sr. Omzetting van de voorwaardelijke straf van 14 dagen hechtenis naar een taakstraf van 30 uren, subs. 15 dagen hechtenis. In aanmerking genomen dat het ex art. 22d.3 Sr niet mogelijk is om per 2 uren taakstraf meer dan 1 dag vervangende hechtenis op te leggen, maar wel minder, levert de last tot tul van een taakstraf van 30 uren ter vervanging van de hechtenis van 14 dagen geen strijdigheid op met art. 22d.3 Sr noch met art. 14g.1 en 2 Sr. Dit geldt evenwel niet voor de bevolen vervangende hechtenis. Ex art. 14g.1 Sr kan de rechter gelasten dat de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf alsnog geheel of gedeeltelijk zal worden tenuitvoergelegd. De wet voorziet niet in de mogelijkheid dat de rechter zal gelasten dat een vrijheidsstraf zal worden tenuitvoergelegd die van langere duur is dan de niet tenuitvoergelegde straf. Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat het de rechter evenmin vrij staat om een vervangende hechtenis op te leggen die de duur van de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt. V.zv. het middel klaagt over de vervangende hechtenis is het terecht voorgesteld. De HR vermindert zelf de duur van de vervangende hechtenis zodat deze 14 dagen beloopt. De klacht v.zv. inhoudend dat het Hof niet vrijstond de last tot tul van de hechtenis van 14 dagen ex art. 14g.2 Sr om te zetten in een taakstraf van meer dan 28 uren, vindt geen steun in het recht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen