HR 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:379
Beklag, beslag. Art. 94 en 552a Sv. OM-cassatie. De HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2010:BL2823 m.b.t. toepasselijke maatstaf. In de overwegingen van de Rb ligt als haar oordeel besloten dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag niet vordert. In aanmerking genomen hetgeen is vooropgesteld, is dat oordeel, waaraan de Rb enkel ten grondslag heeft gelegd dat zij "het belang van de waarheidsvinding op dit moment, niet meer aan de orde acht", ontoereikend gemotiveerd. De hiervoor bedoelde maatstaf sluit niet uit dat de Rb, indien de omstandigheden van het geval dat meebrengen, bij de beoordeling van het klaagschrift tevens onderzoekt of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit (vgl. ECLI:NL:HR:2014:38). Aan de door de Rb genoemde omstandigheden dat "het hier om een oudere zaak gaat" en dat "kennelijk nog geen enkel uitsluitsel kan worden gegeven over wanneer de computer zal kunnen worden onderzocht", kan evenwel niet z.m. de conclusie worden verbonden dat het voortduren van het beslag niet in overeenstemming is met die eisen en het beslag moet worden opgeheven. Ook in zoverre is het oordeel van de Rb niet toereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl