HR 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3636
OM-cassatie. Art. 68 Sr en 313 Sv. Afwijzing vordering tot wijziging tll. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BM9102. De aan verdachte primair verweten gedraging is in de tll omschreven als - kort gezegd - doodslag, en in de vordering tot wijziging van de tll als - kort gezegd - diefstal met geweld de dood ten gevolge hebbend. De tll is toegesneden op art. 287 Sr en de vordering tot wijziging van de tll op art. 312.3 Sr. Zowel het verschil in de juridische aard van de aan verdachte verweten feiten als het verschil tussen de omschreven gedragingen loopt niet zodanig uiteen dat geen sprake kan zijn van "hetzelfde feit" in de zin van art. 68 Sr. Hoewel de strafbaarstelling van diefstal met geweld in het bijzonder strekt ter bescherming van het vermogen van de rechthebbende, strekt die strafbaarstelling, mede bezien in samenhang met de in art. 312.3 Sr opgenomen strafverzwarende omstandigheid ‘de dood ten gevolge hebbend’, evenals de strafbaarstelling van doodslag tevens ter bescherming van het leven, terwijl de strafmaxima die op doodslag en op diefstal met geweld de dood ten gevolge hebbend, zijn gesteld, niet uiteenlopen. De gedragingen van verdachte verschillen niet wat betreft de tijd waarop, de plaats waar en de omstandigheden waaronder zij zouden zijn verricht, terwijl de aard en kennelijke strekking van het tijdens een worsteling opzettelijk afschieten van kogels met een vuurwapen op een lichaam (zoals omschreven in de op art. 287 Sr toegesneden tenlastelegging) in de kern genomen slechts in beperkte mate afwijkt van het schieten met een vuurwapen terwijl dit de dood van een ander tot gevolg heeft (zoals omschreven in de op art. 312.3 Sr toegesneden vordering tot wijziging van de tll). Gelet hierop geeft het oordeel van het Hof dat toewijzing van de vordering tot wijziging van de tll een ander feit oplevert, blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Conclusie AG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl