HR 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3633
OM-cassatie. “Zeezwaaien”. Klacht over uitleg begrip ‘en route’ a.b.i. voorschrift 13 onder art. 2.1.1 jo. voorschrift 1.6 van Annex II bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (het ‘Marpol-verdrag’). In voorschrift 13 art. 1 van Annex II van het Marpol-verdrag is voorzien in een uitzondering op het bij art. 5 Wet voorkoming verontreiniging door schepen gestelde verbod schadelijke vloeistoffen in zee te lozen, te weten indien de lozingen plaatsvinden met inachtneming van de in art. 2.1 van dat voorschrift gestelde operationele eisen. Tot die eisen behoort dat het schip ‘en route’ is, zoals gedefinieerd in voorschrift 13 art. 1 van Annex II. Het middel stelt de vraag aan de orde of daarvan kan worden gesproken in een geval als het onderhavige waarin het schip niet onderweg is naar een andere bestemming. Het Hof heeft geoordeeld dat het begrip ‘en route’ inhoudt “dat het schip varende (in beweging) moet zijn op het moment van het lozen”. Dat oordeel is, gelet op de in de conclusie van de A-G in het bijzonder onder 9.4, 9.5, 9.11, 9.14 en 9.15 vermelde gronden, juist. Het begrip ‘en route’ omvat dus ook de situatie waarin een schip uitvaart naar zee met het enkele doel residuen van schadelijke vloeistoffen te lozen.
De uitspraak op rechtspraak.nl