HR 9 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3552

Verdachte n-o in h.b. Blijkens ’s Hofs overwegingen bestaat gerede twijfel m.b.t. de vraag of degene die verdacht wordt van het begaan van de onderhavige misdrijven, “onder de juiste identiteit en personalia is gedagvaard”. Daarin ligt besloten dat tevens gerede twijfel bestaat of degene op wiens naam het vonnis is gesteld, degene is die het in dat vonnis als bewezen aangenomene heeft begaan. Gelet hierop had het in de rede gelegen dat het Hof het resultaat van het kennelijk nog niet afgeronde identiteitsonderzoek had afgewacht om ingeval op grond daarvan als vaststaand zou moeten worden aangenomen dat degene op wiens naam het vonnis staat, niet degene is die het bewezenverklaarde heeft begaan, hem vrij te spreken van het tlgd. Het Hof heeft verdachte - dus degene op wiens naam het vonnis staat – in h.b. n-o verklaard op gronden welke die beslissing niet kunnen dragen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen