HR 9 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3551

Eendaadse samenloop en afzonderlijke kwalificatie van bewezenverklaarde feiten. Toepassing van art. 57 Sr i.p.v. art. 55 Sr bij de strafoplegging. N-o wegens ontbreken van rechtens te respecteren belang bij vernietiging. Het Hof heeft het onder 1 bewezenverklaarde gekwalificeerd als “medeplegen van opzettelijk handelen i.s.m. het in art. 2, onder A, Ow gegeven verbod” en het onder 2 bewezenverklaarde als “medeplegen van opzettelijk handelen i.s.m. een in art. 2, onder C, Ow gegeven verbod”. Het heeft art. 57 Sr vermeld als wettelijk voorschrift waarop de straf mede is gegrond. Ook indien toepassing dient te worden gegeven aan art. 55.1 Sr kunnen de strafbare feiten afzonderlijk worden gekwalificeerd. Het opzettelijk handelen i.s.m. het in art. 2, onder A, Ow gegeven verbod - van de door het Hof toegepaste strafbepalingen de bepaling waarop de zwaarste hoofdstraf is gesteld – is bedreigd met o.m. een gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaar. Gelet op dit wettelijk strafmaximum en in aanmerking genomen de door het Hof opgelegde gevangenisstraf van 28 maanden en ’s Hofs motivering van die straf, is het belang van verdachte bij zijn cassatieberoep niet evident. De HR verklaart verdachte met toepassing van art. 80a RO n-o in het cassatieberoep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen