HR 9 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3547
Doorzoeking auto i.s.m. art. 121 SvNA. Onherstelbare normschending. Geen bewijsuitsluiting ex art. 413 SvNA. Het Hof heeft geoordeeld dat aangenomen moet worden dat de doorzoeking van de auto van verdachte, waarbij het vuurwapen is aangetroffen, zonder zijn toestemming heeft plaatsgevonden, dat deze doorzoeking is geschied i.s.m. art. 121 SvNA en dat dit een onherstelbare schending oplevert van een voor de procesvoering wezenlijke norm. Het Hof heeft daaraan en aan de omstandigheid dat de verbalisanten onjuiste en/of onvolledige verklaringen hebben afgelegd ex art. 413 SvNA het gevolg verbonden dat het door de normschending veroorzaakte nadeel door strafvermindering moet worden gecompenseerd. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is ook niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. In de omstandigheid dat het Hof bij zijn afweging van de in aanmerking komende belangen heeft betrokken dat de strafvermindering mede gerechtvaardigd is omdat daarvan een stimulans uitgaat voor verbalisanten geen misverstand te laten bestaan over toestemming voor een doorzoeking, behoefde het Hof geenszins aanleiding te zien zijn oordeel dat bewijsuitsluiting hier een te vergaand rechtsgevolg is nader te motiveren. De opvatting dat het Hof in de gegeven omstandigheden gehouden was van zijn hem in art. 413 SvNA verleende bevoegdheid op die wijze gebruik te maken dat het Hof aan de onderhavige onherstelbare normschending het rechtsgevolg van uitsluiting van het bewijs van het bij de doorzoeking aangetroffen vuurwapen had dienen te verbinden, is onjuist.
De uitspraak op rechtspraak.nl