HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3498
Laster, art. 262.1 Sr. Blijkens de wetsgeschiedenis heeft het bestanddeel “wetende dat” een bijzondere, beperkte betekenis van daadwerkelijke wetenschap, waarvoor voorw. opzet niet toereikend is. ’s Hofs overweging dat de verdachte “willens en wetens minstgenomen de aanmerkelijke kans (heeft) aanvaard dat hij valse aantijgingen deed” getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Vernietiging en terugwijzing, de overige middelen behoeven geen bespreking.
De uitspraak op rechtspraak.nl