HR 18 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3310
Beklag. OM-cassatie. Maatstaf ex art. 94 Sv. Belang van strafvordering. Het beroep is ingetrokken nadat de A-G ttz. van de Hoge Raad zijn conclusie had genomen en derhalve na de aanvang van de behandeling van het beroep a.b.i. art. 453 Sv. De Hoge Raad doet de zaak op het bestaande beroep af (vgl. ECLI:NL:HR:2003:AH9919). De Rb heeft bij haar oordeel niet in aanmerking genomen dat het onderzoek in rk een summier en voorlopig karakter draagt en dat zij niet ten gronde mag treden in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren procedure in de hoofdzaak (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BL2823). Het middel is terecht voorgesteld. Dat behoeft in dit geval niet te leiden tot vernietiging van de bestreden beschikking, nu de A-G bij het Hof, gezien de intrekking van het cassatieberoep, daarbij kennelijk geen belang meer heeft.
De uitspraak op rechtspraak.nl