HR 18 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3302

Beslissing tot afwijzing van een door de verdediging gedaan verzoek. Het Hof heeft het door de raadsman bij appelschriftuur en nadien ttz. herhaalde verzoek klaarblijkelijk opgevat - niet als een verzoek tot het doen oproepen van de getuige, maar - als een verzoek dat ertoe strekt de deskundige een ‘onderzoek’ te laten instellen naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van de getuige. Die uitleg is, in het licht van de bewoordingen waarin het verzoek is gesteld, niet onbegrijpelijk. Het door de raadsman gedane verzoek is een verzoek aan de rechter a.b.i. art. 328 jo. art. 330 Sv om gebruik te maken van de in art. 316.1 Sv omschreven bevoegdheid. Maatstaf bij de beoordeling van dergelijke verzoeken is of de noodzaak van hetgeen wordt verzocht, is gebleken. Het Hof heeft bij zijn beslissingen tot afwijzing van voornoemd verzoek dus de juiste maatstaf toegepast. In aanmerking genomen voorts dat in de motivering van de afwijzingen besloten ligt dat het Hof zich voldoende ingelicht achtte, is zijn beslissing ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk. Conclusie AG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen