HR 11 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3151

Verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 360 Sv. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1460, inhoudende dat ex art. 360.1 en 4 Sv de rechter het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt a.b.i. art. 344a.3 Sv, op straffe van nietigheid nader behoort te motiveren. Dit betekent dat de rechter zal moeten aangeven dat aan de eisen van art. 344a.3 Sv is voldaan, terwijl hij tevens blijk ervan dient te geven zelfstandig de betrouwbaarheid van de anonieme verklaring te hebben onderzocht. Het Hof heeft i.s.m. art. 360.1 Sv nagelaten het gebruik van een p-v van politie - houdende een weergave van aan de politie verstrekte informatie door een onbekend gebleven persoon - nader te motiveren. Dit leidt ingevolge art. 360.4 Sv tot nietigheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken