HR 11 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:300
Afwijzing getuigenverzoek. Horen minderjarig kind van aangeefster en verdachte als getuige. Art. 288.1.b, Sv. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BI3847, NJ 2010/191 m.b.t. het feit dat de rechter ex art. 288.1.b, Sv van het verhoor van een niet verschenen getuige kan afzien indien het gegronde vermoeden bestaat dat de gezondheid of het welzijn van de getuige door het afleggen van een verklaring ttz. in gevaar wordt gebracht en het voorkomen van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang om de getuige te kunnen ondervragen. I.c. gaat het om een zeer jeugdige minderjarige. ’s Hofs oordeel dat gelet op het feit dat de in genoemd artikellid genoemde gronden aanwezig zijn en derhalve het belang van de getuige mag prevaleren boven het recht van de verdachte om de getuige te (doen) ondervragen is niet onbegrijpelijk en behoefde ook geen nadere motivering.
De uitspraak op rechtspraak.nl