HR 14 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2973

Art. 420bis en art. 420ter Sr, gewoontewitwassen. Gedeeltelijk slagende bewijsklacht. V.zv. het middel opkomt tegen ’s Hofs oordelen m.b.t. de in de bewezenverklaring genoemde drie personenauto’s en het geldbedrag van € 117.451,70 kan het middel niet tot cassatie leiden. Het oordeel van het Hof dat het voorhanden hebben van € 20.000 en € 6.000 witwassen oplevert is ontoereikend gemotiveerd, aangezien uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat sprake is van meer dan het enkele voorhanden hebben van deze geldbedragen doordat de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst ervan. Dat de genoemde geldbedragen zijn aangetroffen in het huis van de verdachte in de binnenzak van een jas in de hal van de woning resp. onder een kastje op de overloop, brengt niet mee dat de verdachte de criminele herkomst ervan heeft getracht te verbergen of te verhullen. Het middel slaagt in zoverre. De HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en spreekt verdachte alsnog vrij van deze onderdelen van de tll.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen