HR 7 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2916
Bedreiging Wilders, art. 285 Sr. Voor een bewezenverklaring van bedreiging is onder meer vereist dat het opzet van verdachte erop is gericht dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging. Het Hof heeft geoordeeld dat verdachte met het plaatsen van haar bericht met betrekking tot het Tweede Kamerlid Wilders op de internetsite www.twitter.com “op zijn minst de aanmerkelijke kans [heeft] aanvaard dat Wilders dit bericht zou lezen”. Gelet op hetgeen door en namens verdachte ttz. in h.b. is aangevoerd – hetgeen erop neerkomt dat de verdachte Wilders niet wilde bedreigen en dat zij niet wist of beoogde dat Wilders het twitterbericht zou lezen – is het kennelijke oordeel van het Hof dat verdachtes opzet erop was gericht dat Wilders op de hoogte zou geraken van de als bedreigend aangemerkte inhoud van de tweet, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. De enkele plaatsing van het bericht op twitter biedt nog niet een toereikende motivering voor het oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat bij Wilders in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl