HR 16 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2774
Verzending oproeping t.b.v. derde zitting in h.b. naar adres van verdachte in Roemenië. Geen Roemeense vertaling. Art. 588.2 Sv jo. art. 5.3 en 4 EU-rechtshulpovereenkomst en art. 7.3 Europees Verdrag aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken. Bij de stukken van het geding waarvan de HR kennisneemt, bevinden zich vertalingen in de Roemeense taal van de dagvaarding in h.b. en van de oproeping van verdachte voor de tz. van 13 september 2012, doch ontbreekt een zodanige vertaling van de oproeping voor de tz. van 29 november 2012. Het moet dus ervoor worden gehouden dat - in strijd met art. 588.2 Sv jo. art. 5.3 en 4 EU-rechtshulpovereenkomst - de toezending aan verdachte van een vertaling in de Roemeense taal van die oproeping achterwege is gebleven. V.zv. het middel berust op de opvatting dat de oproeping van verdachte voor de terechtzitting van 29 november 2012 nietig is omdat die oproeping uitsluitend in de Nederlandse taal is gesteld, faalt het. HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163. Hetzelfde geldt v.zv. het middel betoogt dat de oproeping nietig is omdat de oproeping voor de tz. van 29 november 2012 op 24 oktober 2012 naar het Roemeense adres van verdachte is verzonden en de termijn voor de verzending niet zou zijn nageleefd.
De uitspraak op rechtspraak.nl