HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2745
Profijtontneming. Rechtsgeldige betekening oproeping betrokkene in h.b.? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5163, NJ 2002/317, m.b.t. het feit dat aan een cassatieklacht over de betekening van een dagvaarding slechts gegevens ten grondslag kunnen worden gelegd die blijken uit de stukken van het geding of die als vaststaand kunnen worden aangenomen op grond van eerst in cassatie overgelegde bescheidden, aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet kan worden getwijfeld. I.c. acht de HR het op grond van handtekeningen geplaatst op overgelegde kopieën van een ten name van betrokkene gesteld identiteitsbewijs en rijbewijs, welke overeenkomen met de handtekening die betrokkene blijkens de daarvan opgemaakte akte heeft gezet op de akte van aanzegging a.b.i. art. 435.1 Sv, aannemelijk dat de oproeping van betrokkene om te verschijnen op de tz. in h.b. niet in persoon is uitgereikt aan betrokkene. Dit brengt mee dat deze oproeping niet geldig betekend is.
De uitspraak op rechtspraak.nl