HR 28 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:184

Profijtontneming. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BV9087. Er is voldaan aan de verplichting dat, indien door of namens betrokkene een gevolgtrekking uit het financieel rapport gemotiveerd is betwist, de rechter niet kan volstaan met de vermelding van (het onderdeel) van het financieel rapport als bewijsmiddel waaraan de schatting van het w.v.v. is ontleend, maar zal moeten motiveren op grond waarvan hij die gevolgtrekking aanvaardt. Het oordeel van het Hof dat het door betrokkene w.v.v. moet worden geschat op bedrag X is, mede gelet op hetgeen daaromtrent ttz. in h.b. door de verdediging is aangevoerd, toereikend gemotiveerd. De f&o waarop dat oordeel is gebaseerd, zijn in de door het Hof overgenomen overwegingen van de Rb voldoende weergegeven. Gelet op het verhandelde ttz. in h.b. kan worden aangenomen dat de verwijzing naar de stukken van het ontnemingsdossier waaraan die f&o zijn ontleend voldoende nauwkeurig is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken