HR 8 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1611

HR: art. 80a RO. Klacht over beslissingen Hof inzake de voorlopige hechtenis van verdachte. In aanmerking genomen dat niet is gesteld en uit de stukken waarvan de HR kennisneemt ook niet is gebleken dat verdachte zich (nog) in voorlopige hechtenis bevindt, is het belang van verdachte bij zijn cassatieberoep niet evident. De schriftuur bevat evenwel niet de in ECLI:NL:HR:2012:BX0146, rov. 2.6.2. bedoelde, in zo een geval vereiste toelichting m.b.t. het belang bij het ingestelde cassatieberoep en het - rechtens te respecteren - belang bij vernietiging van de bestreden uitspraak en een nieuwe feitelijke behandeling van de zaak. De enkele, niet nader onderbouwde, stelling dat het hier gaat om “een voor de praktijk zeer relevante vraag" is daartoe ongenoegzaam.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken