HR 8 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1607

Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn h.b. wegens termijnoverschrijding. De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AO5706. Het oordeel van het Hof moet aldus worden verstaan dat verdachte de Nederlandse taal voldoende beheerste om te begrijpen dat hij werd gedagvaard om te verschijnen ttz. van de Pr. Dat oordeel is, gelet op hetgeen het Hof daaraan ten grondslag heeft gelegd, niet onbegrijpelijk. Het daarop gebaseerde oordeel van het Hof dat verdachte, nu de dagvaarding aan hem in persoon was uitgereikt, binnen veertien dagen na het vonnis het h.b. had moeten instellen getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Ook overigens kan het middel niet tot cassatie leiden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken