HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1575
Niet-ontvankelijkverklaring h.b. Verschoonbare termijnoverschrijding? Verdachte verschijnt t.tz. in h.b. maar voert niet aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. De opvatting van het middel dat het Hof gehouden was ambtshalve te onderzoeken of de overschrijding verschoonbaar was vindt geen steun in het recht. HR merkt nog op dat v.zv. het middel klaagt dat het Hof gehouden was te onderzoeken of de zaak op de voet van art. 423 Sv naar de Pr moest worden teruggewezen, het de rechtspraak van de HR m.b.t. personen die een kernrol vervullen bij het o.t.tz. miskent. I.c. doet zich immers niet de situatie voor dat verdachte bij het o.t.tz. niet is verschenen, terwijl hij niet op de bij de wet voorgeschreven wijze op de hoogte is gebracht van de dag van de tz. en zich evenmin een omst. heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat die dag hem tevoren bekend was.
De uitspraak op rechtspraak.nl