HR 3 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9286
Ontuchtige handeling, art. 246 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN BW5000. Gelet hierop en mede in aanmerking genomen dat het Hof niets heeft vastgesteld omtrent enige voor het plegen of dulden van ontucht relevante interactie tussen verdachte en aangeefster - dat aangeefster nadat zij ontdekte dat zij door verdachte gefilmd werd, daartegen heeft geprotesteerd en dat filmen deed beëindigen, kan niet als zodanig worden aangemerkt -, geeft ’s Hofs oordeel dat aangeefster ontuchtige handelingen heeft moeten dulden, blijk van een te ruime en dus onjuiste uitleg van dat in de tll. en bewezenverklaring voorkomende, aan art. 246 Sr ontleende begrip.
De uitspraak op rechtspraak.nl